Spreekbeurt over insecten                                                                       Groep 5/6, 10 mei 2004

 

Wat is een insect?

 

Omdat er zoveel verschillende insecten zijn, is het moeilijk te zeggen wat precies een insect is.

 

De kenmerken van de meeste insecten zijn:

1.                 Ze hebben zes poten

2.                 de meeste insecten hebben twee paar vleugels

3.                 en een driedelig lichaam: kop, borststuk en achterlijf

4.                 bijna alle volwassen insecten hebben voelsprieten of antennes

5.                 en veel insecten hebben facetogen.

 

Ook worden er steeds meer nieuwe insecten ontdekt, zodat niemand precies weet hoeveel soorten er zijn. In ieder geval minstens 4 miljoen soorten insecten.

 

De meest bekende insecten zijn:

1.     bijen

2.     spinnen

3.     lieveheersbeestjes

4.     mieren

5.     vlinders

 

Waar leven insecten?

 

Insecten leven in, op het water, op het land, onder de grond en in de lucht.

 

Op en in het water

Sommige insecten hebben wasachtige, waterafstotende haartjes aan hun poten. Daarmee kunnen ze over! het water lopen, en zakken ze daardoor niet in het water. De schaatsenrijder bijvoorbeeld is een insect die op! het water kan lopen.

Sommige insecten hebben manieren ontwikkeld om te zwemmen en te ademen in het water. Zoals het waterkevertje.

 

In de lucht

Sommige insecten kunnen heel ver vliegen, soms wel duizenden kilometers. Dat doen ze bijvoorbeeld om in een warm gebied te overwinteren. De meeste vliegende kevers hebben een dekschild over hun vleugels, om hun vleugels te beschermen. De vorm van de vleugels bepaalt hoe het insect vliegt, de libel vliegt bijvoorbeeld in een rechte lijn, een vlinder fladdert meer. 

 

Hoe leven insecten?

 

Insecten kunnen alleen leven, maar er zijn ook insecten die in een kolonie leven. Een kolonie is een groep van hetzelfde soort die samenleeft. Insecten maken nestjes, waarin soms wel miljoenen insecten leven. Termieten, mieren, bijen en wespen leven in zo'n kolonie.

Ieder insect heeft in een kolonie zijn eigen taak. De werkster moet allemaal klusjes doen, de dar (mannetjesbij) wordt alleen maar gebruikt om de koningin te bevruchten, de koningin legt alleen maar eitjes.

 

Insecten bestaan al heel lang

Insecten bestaan al meer dan 300 miljoen jaar. Een van de eerst insecten is de libel, en die bestaat nog steeds! De libel was ook het eerste vliegende insect.
Hoe ziet een insect eruit?

De kop

Van dichtbij gezien heeft een insectenkop een grote hoeveelheid werktuigen. Dit heeft hij om te overleven.

 

Zo heeft hij bijvoorbeeld antennes. De twee antennen zijn gevoelige tastorganen. Deze vangen trillingen op, maar vangen ook de geringste geursporen op die andere insecten hebben verspreid. Dat betekent dus dat een insect met zijn antennen kan voelen en ruiken. Het vrouwtje van de boktor bijvoorbeeld gebruikt haar antenne om te voelen of het hout dik genoeg is voor alle larven. Want die larven eten namelijk hout. Een antenne is beweeglijk en staat wijd uit elkaar aan de voorkant van de kop.

 

De kaken vertonen allerlei vormen, dat ligt eraan wat het dier eet.

 

Vrijwel alle volwassen insecten hebben grote ogen die zijn samengesteld uit honderden dicht opeengepakte facetoogjes. Een facetoogje is zeshoekig, heeft zijn eigen lens, en functioneert als een heel klein oogje. De ogen puilen aan de zijkant uit, waardoor het dier een breed gezichtsveld heeft: voor, achter, links, rechts, boven en onder kan een insect kijken. Rupsen hebben, in tegenstelling tot de meeste andere insecten, alleen enkelvoudige ogen. Met die enkelvoudige ogen kunnen ze alleen licht en donker onderscheiden. Er zijn ook insecten die zowel facetogen als enkelvoudige ogen hebben, bijvoorbeeld de sluipwesp.

 

De mond en de tong

Vlinders hebben lange, slanke roltongen die op een rietje lijken. Daarmee kunnen ze diep in de bloem komen en veel nectar opzuigen. De hommel daarentegen heeft een korte tong, daarom kan hij alleen nectar uit een ondiepe bloem zuigen.

 

Sommige insecten hebben scherpe monddelen waarmee ze in stengels kunnen snijden. Vliegen hebben iets speciaals. Vliegen laten op vast voedsel speeksel vallen, dat eiwitten bevat. Dit speeksel verteert het voedsel en maakt het vloeibaar, en dan kunnen ze het voedsel opzuigen.

 

Uitwendig skelet

Insecten hebben niet zoals wij een inwendig skelet, maar een uitwendig skelet. Dit betekent dat het skelet aan de buitenkant zit. Voor mensen is het precies andersom: onze buitenkant is zacht en ons skelet dat binnen ons lichaam zit, is hard. Het skelet van een insect is verbonden met de spieren van het skelet. Het skelet is taai, want het bestaat voor een groot deel uit eiwitten. Het skelet is bedekt met was om het waterdicht te maken. Het skelet beschermt de zachte organen in het lichaam.

In de benen

De poten van een insect bestaan meestal uit 6 leden (onderdelen), die door gewrichten met elkaar zijn verbonden, en dat maakt de pootjes heel beweeglijk. Een insectenpootje eindigt in twee klauwtjes. Maar insecten hebben afhankelijk van wat ze nodig hebben ook weer bijzondere dingen aan hun poten. Zoals de vlieg die heeft een speciaal voetkussentje, waarmee hij ondersteboven over gladde dingen kan lopen. De rups heeft een aantal pootjes met haken. Daar kan hij zich goed mee aan het blad vasthouden waarvan hij eet.

Insecten gebruiken hun poten niet alleen maar om te lopen of te kruipen, maar ook om voedsel te vinden. Zoals de bidsprinkhaan: die gebruikt zijn poten om zijn prooi stevig vast te houden. De veenmol, is ook een insect!, gebruikt zijn poten om naar voedsel te graven, dat zijn ondergrondse wortels.

 

De metamorfose (als het een in iets anders verandert)

Sommige insecten, zoals rupsen, veranderen als ze ouder worden.

 

De ontwikkelingsfasen van een rups zijn:

1.                 eitje

2.                 rups

3.                 cocon

4.                 vlinder

 

Een ander voorbeeld is dat een jonge vlieg en made is. Een made ziet eruit als een klein wormpje. En een rups is eigenlijk een larve van een vlinder.

Vervellen gebeurt tijdens alle ontwikkelingstapjes, dat betekent eigenlijk dat de huid van het lichaam scheidt, omdat de huid te klein wordt voor het groter wordende lichaam.

Een cocon is een soort huisje waar een baby-insect zich transformeert tot een volwassen insect.

 

Insectenfamilies

 

De klasse van de insecten is onderverdeeld in orden. Elke orde omvat insecten met gemeenschappelijke kenmerken. Zo hebben de vlinders alle twee paar vleugels die bedekt zijn met kleurige schubjes. De insectenfamilies die er zijn, zijn:

1.     spinachtigen, zoals de spin en de schorpioen

2.     weekdieren, zoals de naakt- en huisjesslak

3.     insecten, zoals bijeen, lieveheersbeestjes, en kevers


 

Camouflage

Camouflage is dat je onzichtbaar bent of maakt doordat je ergens op lijkt en daar tussen of op gaat zitten. Vorm en kleur dragen bij aan camouflage. Wandelende takken en bladeren lijken als twee druppels water op een takje of blad van een plant waarop ze leven, zodat ze niet opvallen. Een ander voorbeeld is de doorncicade, die lijkt op een doorn en de vlinder, het rode weeskind, die lijkt op boomschors.

 

Verdediging

Insecten kunnen zich op de volgende manieren verdedigen:

 

1.                 insecten waarschuwen andere dieren met hun felle kleuren dat ze giftig

zijn

2.                 dreigen met hun vleugels

3.                 wegspringen

4.                 wegvliegen

5.                 overdag roerloos zitten, en ’s avonds pas actief worden

6.                 imiteren. Door hun kleur of vormpatroon kunnen insecten zich anders voordoen, bijvoorbeeld als een giftig of oneetbaar iets. Zoals vogeluitwerpselen.

7.                 oprollen (bijvoorbeeld de naaktslak)

8.                 scheiden een stinkend schuim uit

9.                 vechten met hun enorme kaken (zoals het vliegend hert)

10.            ze bouwen zelf een soort bescherming om zich heen. Zoals de kokerjuffer, die maakt van plantenresten en steentjes met spinsel een beschermend kokertje

11.            angels. Veel insecten hebben een angel, zoals bijen en wespen. Angels kunnen gebruikt worden als aanval- en verdedigingsmiddel. Met een angel kun je door middel van gif zelfs doden.

 

Communiceren

Vaak zingen mannetjes om een vrouwtje te lokken. Dat doen ze door: lichaamsdelen over elkaar te wrijven, de vleugels te laten zoemen of door met de poten te stampen. Ze doen het liever het niet ’s nachts vanwege de vleermuizen.

 

Paren

Mannetjes zoeken vaak een vrouwtje. De mannetjes vinden een vrouwtje door de geur, gehoor of met hun ogen. Het mannetje kan ook het vrouwtje lokken, dit doet hij door geluid, door kracht te laten zien (beetje uitsloven). Mannetjes vechten vaak met elkaar om een vrouwtje. Sommige mannetjes blijven uit voorzorg het vrouwtje net zolang vasthouden, totdat zij haar eieren heeft gelegd!

Insecten leggen eieren, en zijn dus geen zoogdieren! Insecten leggen hun eieren op een voedselbron, andere insecten strooien ze zomaar in het rond,  of verstoppen ze juist, zoals de sluipwesp. De sluipwesp injecteert de eieren in een levende rups. Daarbij spuit hij tegelijkertijd stoffen in de rups, die voorkomen dat de rups de eieren vernietigt. Tijdens hun ontwikkeling eten de sluipwesplarven hun gastheer op, weg rups.

De mannetjesbij, de dar, wordt na het paren doodgestoken.

 

Wat eten insecten

1.     blad

2.     bladluis

3.     andere insecten (b.v. de schorpioen eet spinnen)

4.     hout (boktorlarve)

5.     dode dieren (aaseters)

6.     zoetigheid (nectar)

7.     mest

8.     bloed

 

Het eten van het insect heeft grote voordelen, maar ook grote nadelen. De nadelen zijn een zwerm sprinkhanen kunnen hele akkervelden verslinden. Het positieve is dat lieveheersbeestjes bladluis opeten.

Bloemen maken een zoetigheid, nectar genoemd. Hier komen veel insecten op af. Dit willen planten ook, want anders kunnen ze geen zaadjes voortbrengen. Insecten eten nectar, maar ze hebben ook eiwit nodig. Larven voeden ze daarom ook met eiwitrijk stuifmeel.

Bekende bloedzuigers zijn muggen. Muggen zijn parasieten die bloed opzuigen als voedsel., omdat bloed rijk is aan eiwit. Muggen hebben bloedverdunnende stoffen in hun speeksel, dat zorgt ervoor dat het bloed blijft stromen en niet stolt. De meeste bloedzuigers brengen besmettelijke ziektes over. Een voorbeeld van een bloedzuiger is een vlooi.

Insecten zijn dus niet altijd lastig of gevaarlijk. Neem de zijderups. Een zijderups spint een cocon van zijde. Als de rups zich verpopt wordt de zijde uiteengerafeld. Dat is een soort stof. (stof laten zien). Zijderupsen worden gekweekt, want in het wild zijn ze helaas uitgestorven.
Vragen

 

1.                 Wat voor dier is een lieveheersbeestje?

a.      spin

b.     weekdier

c.     insect

 

2.                 Welk insect eet bloed?

a.      vlinder

b.     mug

c.     slak

 

3.                 Hoeveel poten heeft een insect?

a.      8

b.     4

c.     6

 

4.                 Welk insect heeft een lange roltong?

a.      vlinder

b.     mier

c.     spin

 

5.                 Hoe heten de ogen van een vlieg?

a.      gewoon ogen

b.     een vlieg heeft geen ogen

c.     facetogen

 

6.                 Welke bij legt de eitjes?

a.      de koningin

b.     de dar

c.     de werkster

 

7.                 Hoeveel insecten zijn er ongeveer?

a.      1 miljoen

b.     10 miljoen

c.     4 miljoen

 

8.                 Welke gecamoufleerde insecten heb ik als voorbeeld genoemd?

a.      wandelende tak, wandelend blad, het rode weeskind, de doorncicade

b.     wandelende tak, kever, doorncicade, mier

c.     wandelend blad, het rode weeskind, de bij, de waterkever

 

 

 

 

 

Spullen meenemen:

Stukje zijde

Lineaal (op tafel leggen, en dan op slaan. Hoe groter de vleugel des te lager het geluid, dus hoe verder van de tafel af, hoe lager het geluid)